bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

Kerstverhaal 2014


Hieronder mijn kerst- & nieuwjaarsverhaal 2014.

Een waargebeurd verhaal uit de tijd dat ik net naar zee was. Nog ver voor het ongeluk dus.
Zestien jaar en gevlucht uit een onhoudbare situatie thuis; een stiefmoeder als uit een heel boos sprookje. Maar die eerste kerst op zee... nou ja, ergens aan de wal... afijn, lees zelf maar!


***************

Kerstmis 1965 en Nieuwjaar daaropvolgend aan boord van 
de zeesleepboot Baltic Ranger in het Regent’s Canal Dock.


Londen kende ik alleen maar vanuit de wekelijks gesproken brief van Albert Milhado. 
Hij sloot dan altijd af met “Tot… de volgende week!”.




We hadden de pontons uit de haven van Turku - Finland (de Zweden noemen deze havenplaats Åbo) die geladen waren met telefoonpalen en basaltblokken, met goede zeemanschap afgeleverd in het Regent’s Canal Dock aan de rivier de Theems, niet ver van de Tower Bridge. De kapitein had van de rederij opdracht gekregen om daar te blijven liggen tot na de feestdagen. Een ieder die naar huis wilde kon en mocht op eigen kosten naar huis voor de feestdagen, als er maar bemanning aan boord bleef voor de machinekamer en het dek. 
Een aantal bemanningsleden gebruikte deze gelegenheid om af te monsteren. Het was de gewoonste zaak van de wereld dat het de jongste leden van de bemanning waren die aan boord bleven, in dit geval de assistent-machinist Frits en het jongste maatje van dek Pietje. 
Van de kapitein kreeg ik de nodige ponden om een kerstboom plus iets extra’s te kopen voor de feestdagen. Omdat ik als koksmaat/lichtmatroos op de monsterrol stond, had ik dus de laatste dagen van het jaar de volle verantwoording over dek en kombuis. Als alles goed ging werd ik per 1 januari matroos o/g*. Dit vond ik wel jammer, want dan was ik niet meer het hulpje van de kok. "Geen punt," zei de 1e stuurman, "jij blijft gewoon de kok in de kombuis helpen." Zo had ik dan toch nog extra overuren. 
De kok had nog een kersttaart en kerstbrood voor ons gebakken en liet het recept achter voor oliebollen. Er moesten wel boerenjongens in en die moesten we zelf maar maken met rum en rozijnen. De 1e  machinist liet voor ons wat rum in de fles zitten, wat hem wel moeilijk gevallen zal zijn. Hij dronk een fles per dag, maar nu ging hij een paar dagen naar moeders en hij had al wat "voor" gedronken met die Ouwe* en ook de stuurlieden en de kok. Ze proostten nog maar eens een keer op "Harwich here we come".  Het taxibusje kwam rond het middaguur en bracht hen naar het Waterloo train station waarvandaan de boottrein naar Harwich - Hoek van Holland vertrok, het kaartje al in hun binnenzak dus wat kon er nog misgaan! 
Naar het busje toelopend zong men uit volle borst "En wij gaan naar moeders de vrouw en niet naar The Charlie Brown". 
Dit was dé pub nabij de West India Docks waar de zeeman zijn habitat vond als hij lag afgemeerd tussen Erith Town en London Town aan de Theems.


Deze foto of kaart die ik van internet heb, is wel van voor mijn tijd gezien de auto :-)


Die Ouwe had mij duidelijk verteld "Doe de boodschappen in Limehouse en niet in het Soho district, dan zijn je ponden zo op. En denk er om zeun, op tijd naar je kooi, ik doe er navraag naar bij Hilary!" Zij was de dochter van de eigenaar van een fish & chips tent in de Tree Colt Street waar ook het Zeemanshuis aan lag en waar ds. Jaap Ley de beheerder was. 
Vaak ging ik daar met Hilary een glaasje fris drinken als de tijd het toeliet.


Fish & chips kreeg je toen nog vaak in een oude krant, later werd dat verboden.


De bemanning was van boord, Frits maakte een rondje machinekamer en ik zorgde aan dek en op de pontons voor de buitenboordlampen, keek of ze wel voldoende olie hadden en helder brandden.
Douchen, schone kleren aan en de wal op met de ponden en een boodschappentas.
Frits schoor zich al en riekte goed naar Old Spice, hij had namelijk een oogje op de oudere zus van Hilary. 
Frits was een geboren Groninger en wilde eigenlijk niet in de diepte investeren, maar nu had hij mijn raad opgevolgd en een pakje Peter Stuyvesant en een stukje Maja zeep in luxe verpakking gekocht bij de 2e stuurman, die eveneens voor de profylactische zalf aan boord zorgde.



Eerst ging ik naar Hilary haar vader om te vragen of wij die avond met zijn dochters naar de bioscoop mochten. 
Pech, zijn vrouw ging naar de Bingo en dan moest één van zijn dochters helpen in de zaak, in dit geval was dat Brenda. 
Frits kende hij niet zo goed, maar die kon wel met zijn vrouw mee naar de Bingo in Aldgate als hij wilde en als ze op tijd terug zouden zijn ging hij nog een pint met Frits drinken in de pub ‘round the corner’. Zo gezegd, zo gedaan. 
Hilary bracht samen met mij het kerstboompje aan boord en toen op naar The Sound of Music die draaide op Piccadilly Circus. Dit was wel vlakbij Soho.


Piccadilly Circus


Toen ik Hilary netjes thuis had gebracht en Frits daar op mij zat te wachten en breeduit zat te vertellen over ‘zijn’ machinekamer, werden we door de ouders van Hilary en Brenda uitgenodigd om daar kerstavond door te brengen. 
Daar hadden we geen bezwaar tegen en Frits was nog nooit zo dicht bij Brenda geweest. Wij terug naar boord en onder een laatste biertje het kerstboompje in de messroom opgetuigd. Intussen vertelde Frits dat de moeder onder de bingo wel al zijn sigaretten had opgerookt en dat hij drie pond armer was geworden. De moeder had twee pond verdiend en hij had de kaartjes voor de bus betaald. Nog steeds had hij geen kans gezien om te zoenen met Brenda. 
"Frits," zei ik "je moet het ook van de andere kant bekijken, in de Charlie Brown was je meer kwijt geweest bij Scotch Mary." Ik mocht nog niet in een pub komen, je moest 18 jaar zijn en ik was 16. Maar de namen van de dames en hun specialiteiten en prijzen uit The Charlie wist ik wel uit de verhalen van de matrozen. 
Wij gingen ter kooi, we konden uitslapen op de dag voor kerst. Kerstmaaltijd bij de familie Goldapple dus ik had vrij. 
Hilary en haar moeder kwamen in de middag even theedrinken, Pa en Brenda waren thuis aan het koken en braden dus konden zij even weg. Onder het theedrinken kwam Frits met het idee om de familie aan boord te vragen op Oudejaarsdag. Ma vond dit een prachtig idee, dan kon Hilary mij wel helpen als ze dat wilde. Ik ging gelijk met haar naar de pantry om te kijken of wij nog iets moesten kopen. Wat er lag hebben we niet gezien, wel zei haar moeder later "Peter there's lipstick on your shirt". 
Toen ze van boord waren zat Frits weer te mokken: "De moeder heeft weer van mijn sigaretten gerookt, zo ga ik er wel hard doorheen en 3 januari is nog ver weg."
"Geen punt Frits, ik kijk wel in de bootsmanskist* die bij de kapitein in de hut staat, dan leen ik daar wel wat uit. Misschien zit er nog wel wat anders in voor vanavond." 
Het werd een fles citroenjenever en een fles whisky, ook nog een doosje Agio sigaartjes. 
"Nu Frits, dit wordt jouw bijdrage voor de avond, ik ga nog gauw een kerststukje en bloemen kopen voor de familie, daar waren de ponden van de kapitein toch voor?" 
Frits ging nog een rondje machinekamer doen en zou dan ook naar de Tree Colt Street komen. We hebben heerlijk gegeten, kalkoen met reepjes spek, een goede ovenschotel op zijn Grieks en een glas wijn. De vader en moeder waren van Griekse afkomst. Pudding toe, met veel fruit er in. 
Toen schoot het me te binnen, de buitenboordlampen op de pontons, er was vandaag niet naar gekeken. Ik mocht de fiets lenen om snel heen en weer te zijn. 
"Ik kan niet fietsen." zei ik "Dan fiets ik wel zei Hilary en jij kunt achterop, dan zijn we snel weer terug voor jouw heerlijke geflambeerde pannenkoekjes met ijs Pa."
We mochten de nacht doorbrengen in huize Goldapple, ik werd wel in een andere kamer wakker dan waar ik in bed was gegaan en Frits lag daar toen nog zo heerlijk te slapen alsof hij in een Bio vakantieoord was.

*Matroos o/g = matroos onder de gage van f 250, - netto per maand. Je beheerste dan het sturen van een schip in nauw vaarwater, splitsen en knopen. Vond de 1stuurman dat je er klaar voor was dan kreeg je promotie tot matroos voor f 500, - netto per maand. Alle genoemde gages waren zonder smokkeltoeslag.
** Die Ouwe, zo noemt de bemanning onder elkaar de kapitein.
***Bootsmanskist =benaming voor een smokkelplek.


Deel II...



Koksmaat


Oudejaarsdag 1965.

‘Plan de campagne!’  Dit hoorde ik die Ouwe altijd zeggen als de sleep moest worden klaargemaakt voor de reis.
Frits begon met: ‘Wat bedenk je vanavond om weg te komen?’ Hilary vulde hem aan: ‘Laten we naar Trafalgar Square gaan als mijn ouders ‘t goed vinden.’ Frits mocht dit gaan vragen, kon haar fiets gebruiken en van mij kreeg hij wat ponden mee om gelijk wat appels en vijgen te kopen.
‘Neem een pint bij Charlie en wens iedereen daar een fijne jaarwisseling, dan heb je een goede beurt gemaakt voor ons schip!’ zei ik. Wij waren hem even kwijt. Pa en Ma vonden het een goed idee om gezamenlijk naar Trafalgar Square te gaan voor het vuurwerk. Degene die wilde kon een nieuwjaarsduik nemen in de fontein.


Trafalgar Square


Dagindeling:

  1. Ik moest voor gekookte aardappels en eieren zorgen, voor doperwten, boontjes, cornedbeef en zalm of tonijn uit blik. Mayonaise was er niet aan boord, dat mocht niet van de rederij, te duur, wel fritessaus of slasaus. Garneren zou Frits doen met reepjes augurk, plakjes ei en met zilveruitjes. Beslag maken voor de oliebollen en appelflappen met de rozijnen en krenten die ik geweekt moest hebben in een gedeelte van de rum.
  2. Frits maakte de salade van vis en cornedbeef, dat had hij vaak met zijn moeder gedaan in Bedum, kon niet mislukken.
  3. Hilary ging de aardappels en de appels schillen en de blokjes kaas snijden.
  4. Ik moest voor het aperitief en de bowl zorgen. Daar gingen mijn flessen die ik van die Ouwe kreeg voor de smokkel* (mijn gage was maar 99 gulden netto per maand).

Frits had de hond die al een paar dagen op de kade liep maar mee aan boord genomen om hem een warme plek te geven op deze koude dag. Het vroor licht en er was sneeuw op komst. Het beestje vond het helemaal niet erg en vond al gauw zijn plek in de gang bij de kombuis in een oude doos met een deken uit de store. Opdienschalen uit de kombuis werden haar drink- en voedselbak.
De familie was mooi op tijd voor het aperitief met bowl en kaas. In de pantry vond ik nog een fles eigengemaakte advocaat van de kok en de dames vonden deze advocaat overheerlijk. Ook de salade en appelflappen waren goed in trek maar mijn oliebollen minder, daarom gingen er daarvan nog wat in de diepvries.
Frits deed nog een ronde machinekamer met Pa, ik op de pontons.


Scheepslamp


Ma deed de afwas, de zusjes lieten Schoffie nog even uit. Zo had Frits haar genoemd nadat ze bijna de hele avond aan zijn voeten had gelegen.
Op naar Trafalgar Square met bus en metro, wat een drukte daar en gedrang. Nu had Frits zijn kans bij Brenda, wat liep hij trots naast haar hand in hand. Hilary fluisterde in mijn oor: ‘Zou hij haar om twaalf uur een zoen geven?’ Nou, dat deed de boef en hij had wel veel meer gewild als  Pa en Ma niet zo vlakbij stonden om het vuurwerk te bewonderen.
Toen dit was verstomd gingen we nog even winkels kijken in West End en toen richting Tree Colt Street. ‘Nog een cup of tea en met blote benen naar bed!’ zei Hilary. 
Frits had mij in de metro al verteld dat zijn nieuwe wollen sokken zo’n jeuk gaven, toen hij ze uit deed sprongen de vlooien er vanaf. Ik naar de meidenkamer en vragen of er iets in huis was tegen klein ongedierte. Gelukkig hadden ze dat wel. 
Ja, en Schoffie lag in haar doos aan boord. Nu had Frits wel ervaring met klein ongedierte, hij had al eens platjes opgelopen. 
Hij ging toch maar liever gelijk naar boord om een grote plaag te voorkomen. Daar ging hij, de vrieskou in, denkend aan zijn Brenda in babydoll. 
Rond het middaguur was ik weer aan boord met fish & chips en voer voor Schoffie. Frits stond in de stuurhut al op de uitkijk en riep: ‘Kom snel, groot nieuws!’ en ik moest in de doos van Schoffie kijken. Daar lag een moeder hond! De vier puppy’s waren die ochtend geboren nadat hij haar had behandeld met spray voor ongedierte. Vlooien dood en jonge hondjes erbij. 
‘Frits, wij behoren vanavond te bellen vanuit het zeemanshuis, jij de meester*, ik de kapitein en dan zeggen we: ‘Alles goed aan boord, ook met de hond en haar kroost’, dan ontlopen we misschien gage straf.’
‘Als Schoffie van boord moet, vraag ik om een scheepsraad bij die Ouwe, zodat de bemanning moet stemmen’, zei Frits. 
Hij wist dit want hij had op de machinistenschool in IJmuiden gezeten, bij ome Joop in de klas die veel afwist van motoren, scheepvaartwetten en het zeemansleven. Deze ome Joop had nog op de walvisvaarder de “Willem Barentsz” gevaren.

* Meester: een andere naam voor de 1e machinist.


Deel III...

3 januari 1966

Iedereen was weer aan boord en toen moesten we verantwoording afleggen bij de kapitein, de 1machinist en de kok. Schoffie mocht aan boord blijven met haar kroost als wij maar voor hen zorgden. Als de hondjes oud genoeg en gezond waren wilde die Ouwe er twee voor zijn dochters, een tweeling. De Meester wilde er ook wel een.
Maar eerst moest Schoffie worden onderzocht door een dierenarts. Die vonden de dames Goldapple en Pa zou de rekening betalen als hij later ook een hondje kreeg.
De honden mochten niet meer van boord volgens de Engelse wet, zij waren nu Nederlands met een Engels paspoort.
De jongen kregen een paspoort op naam. Charlie en Mary zouden naar Driehuis gaan als ze oud genoeg waren en van boord konden. Brown zijn mand zou bij de meester thuis staan in IJmuiden. Brenda haar dekentje lag in de Tree Colt Street als wij haar daarheen gesmokkeld konden krijgen. Daar hadden de 2e machinist en de matroos o/g wel oren naar! Frits was nl. 2e geworden, dat was zijn nieuwjaarscadeau. Hij bleef gelukkig wel bij mij in de hut slapen, de nieuwe assistent moest maar in de hut van de 2e.



  
Op 6 januari was de Ranger weer vol gebunkerd en geproviandeerd, de koers stond in de kaart naar Narvik met lege pontons, om te ruilen voor volle met blokken basalt voor de Deltawerken in Zeeland.


Epiloog:

In het voorjaar van 1966 werd het hondje Brenda aan de wal gesmokkeld. Frits en Pietje brachten haar naar London met de trein vanuit Whitby dat aan de noordoostkust van Engeland ligt. Frits maakte er maar gelijk gebruik van om te vragen of Brenda zijn verloofde wilde worden en in de zomer van 1967 trouwde hij met haar in de kerk van St Katharine’s nabij de Tower Bridge.
Kok Nol maakte de weddingcake, Pietje werd zijn bestman. Wat zag onze Frits uit Bedum er stoer uit in zijn uniform met gouden knopen en witte pet.
Hilary vroeg aan Pietje: ‘Als je ooit stuurman wordt en je zou met mij willen trouwen, doe je dan ook zo’n mooi uniform aan?’
Hilary maakte haar opleiding voor nurse af en ging jaren later bij Artsen zonder Grenzen werken.
De kapitein en de meester hebben na hun pensionering elkaar nog lang ontmoet als zij de honden uitlieten op het strand van IJmuiden en dronken daarna steevast een middagborrel bij bootsman Maarten in café “Willem Barentsz” en luisterden daar naar de muziek van Freddy Quinn.
Pa en Ma Goldapple hebben de zaak verkocht en gingen op Kreta wonen.
Pietje werd Piet en ging in de zomer van 1969 met tegenzin naar de zeevaartschool. Hij wist nog steeds niet ‘Word ik nu kok of stuurman?’ Tijdens zijn studie verkocht hij als bijverdienste in de weekenden sateetjes in de Ponderosa bar in de Warmoesstraat.

Einde

***************