bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

dinsdag 24 februari 2015

De m.s. Leprechaun





Deel I


Het was eind mei 1970 en de schoollokalen van de Hogere Zeevaartschool van het Zeemanshuis te Amsterdam begonnen mij flink te benauwen, evenals de leraren met hun berekeningen van en over Zeevaartkunde en Zeemanschap. Dan maar even een zomervlucht naar zee. In de afgelopen schoolperiode wel het diploma Radarwaarnemer en een Algemeen Certificaat van Radiotelefonist gehaald, dus het was niet echt een verloren tijd.


Ik had toen nog wel iets meer haar.


Ongeveer een jaar voordat ik naar de Zeevaartschool zou gaan kreeg ik de kans om als "stuurman met vrijstelling*" (dispensatie) aan te monsteren op de ‘Blue Marleen’, bevracht door Gruno, call sign PFPJ van Rederij Blue Anchor, genoemd naar een Public House in London.
Gebruik makend van dezelfde vrijstelling mocht ik nu aanmonsteren op de Leprechaun van Scheepvaartbedrijf ‘Gruno’. 
Deze scheepvaartonderneming zal in onze herinnering blijven door het boek GRUNO 1937-2002, geschreven door Jan Anderiesse & Leslie Spurling.




De foto’s betreffende de schepen in deze blog zijn van Jan Anderiesse die nog als machinist op de Leprechaun heeft gevaren. In 2003 hebben Jan, Gonny en ik in Fenit nog een Guinness gedronken in the local pub. Wij deden in dat jaar een rondtoer langs Ierse havens.


Jan, Gonny en ik in Ierland in 2003. The local pub.


* Vrijstelling: kon men krijgen als een kapitein/rederij je bekwaam achtte om zelfstandig wacht te lopen op zee, je moest dan een test doen bij de Scheepvaartinspectie.

Volgende week het vervolg, de Leprechaun in Amsterdam in de zomer van 1970.
Met een bezoek aan boord van de The Saté Babi Boys.
En... met heerlijke recepten van Schurfje.


Deel II



Leprechaun toen hij nog Skum heette


De Leprechaun (ex Skum) van 1948 had een laadvermogen van 350 ton, de motor was een Werkspoor met een vermogen van 224 pk die haar een snelheid deed ontwikkelen van 8 knopen.
Begin juli kreeg Kapitein Jaap opdracht van de bevrachters van Gruno om naar Par te varen. Deze haven is gelegen aan de zuidkust van Engeland. Een lading chinaklei (porseleinaarde) in zakken voor Amsterdam welke gelost moest worden bij de Rietlanden in het Oostelijk Havengebied (heden ten dage is dit een woonwijk). 
Deze losplaats was niet ver van de Indische buurt waar klasgenoot Frans woonde. Even een telefoontje naar Frans voor een biertje aan boord van de Leprechaun. Frans had Henk, zijn buurtgenoot en gitaarvriend waarmee hij ook samen op de ULO had gezeten, meegebracht. Ze vormden samen het duo The Saté Babi Boys en buurman Willem was hun impresario. 
Zoals altijd waren ze gedrieën op hun fiets gestapt om naar de boot van Piet te gaan. Het opstappen op de fiets ging hen minder goed af toen ze in de vroege ochtend naar huis wilden gaan, maar toen ze eenmaal op hun fiets zaten met de nodige bijgeluiden hoorde ik Willem nog tegen Henk zeggen: ‘Fiets jij maar achteraan!’ Het schurfje* dat wij zo rond middernacht hadden gemaakt met o.a. gebakken uien deed samen met het bier en de jonge klare z'n werk.


Het kantoor van Gruno gezien vanaf  'Het Stenen Hoofd' in Amsterdam.
Dit is allemaal gesloopt.


Enkele dagen later was de Leprechaun gelost, waren de fietsen van Frans en Henk aan boord genomen en onder toeziend oog van Kapitein Jaap verhaalden zij het schip naar 'Het Stenen Hoofd’ waar wij op orders moesten wachten voor nieuwe lading. Willem stond al op de kade op ons te wachten en kon zo mooi de trossen aannemen. 
Kapitein Jaap trakteerde ons op een biertje en een goed zeemansverhaal. Hij ging daarna naar huis in zijn Daffodil. Zie je het voor je, een man van bijna twee meter en 120 kg zwaar?! 
Wij hadden ook nog wat te doen, ik zou the boys en Willem in contact brengen bij mijn stamcafés de Montparnasse* in de Nieuwebrugsteeg, de Haven van Texel* op de hoek van de Sint Olofssteeg en de De Rode Laars op de Zeedijk. 
Willem kreeg als impresario de mogelijkheid om bij de lady bartenders The Saté Babi Boys op de kaart te zetten en wij de streepjes op onze bierviltjes. Nu hadden the boys muzikaal het getij tegen. Instrumentaal waren Andy Tielman en zijn Tielman Brothers met hun Indo Rock ‘the boys’ al voor gegaan, evenals Hank B. Marvin & Bruce Welch bekend van The ShadowsHet tijdperk van de Beatles en Rolling Stones was er nu. 

Bij het verlaten van De Rode Laars stelde ik voor om de avond te evalueren onder een afzakkertje in de Corsobar aan de Korte Niezel hoek Oudezijds Achterburgwal, bij Japie die kok was geweest op schepen van de Gruno, hij had altijd wel een goed verhaal. In deze Corsobar liet Willem ons weten dat het werk als impresario te zwaar was naast zijn volwaardige baan als touringcarchauffeur. Japie kon het er ook niet bij doen naast zijn baan als kastelein en Piet had geen verstand van muziek en dus zaten The Saté Babi Boys zonder impresario. Japie werd er getuige van hoe twee gitaarvrienden konden huilen over hun droom op muzikaal gebied die nu was gestrand. Nadat Willem de glazen weer had laten vullen droogden de tranen snel.


The Saté Babi Boys


Staand op de foto links Rina achter haar broer Frans met gitaar, Henk met baardje rechts eveneens met gitaar. Rina luistert hier zeer aandachtig naar de akkoorden van The Boys. Het ging wel eens mis als ze te lang bij kastelein Ernst waren geweest. En waar was Bea?
  
Frans en Henk wilden allebei wel een gezin stichten. Frans maakte zijn studie af aan de Zeevaartschool, werd stuurman op de tankvaart en trouwde met Bea. Toen hun eerste zoon zich aankondigde ging hij aan de wal en werken bij Traffic Centre IJmuiden/Noordzeekanaal tot zijn pensionering. 
Op mooie dagen fietst hij zo nu en dan met kleinzoon Steef langs de schepen in de haven en bij de sluizen van IJmuiden. Wanneer Steef op een dag zal vragen: ‘Opa, waar draaien ze muziek van Freddy Quinn?’ zullen opa en oma weten dat ze hem uit gaan wuiven als zijn schip tussen de pieren van IJmuiden naar zee en vreemde kusten gaat.
Van Henk en Willem niet veel meer vernomen na de dramatische nacht bij Japie. In mijn herinnering zie ik ze nog bedroefd wegslingeren op hun fietsen via het Oudekerksplein* richting Warmoesstraat.
De Leprechaun ging enkele dagen later sojameel in bulk laden voor Wells-next-the-Sea gelegen aan de noordoostkust van Engeland.


Aanloop Wells-next-the-Sea


Het lossen zou ongeveer vier dagen duren met het weekend ertussen. Kapitein Jaap kon hier mooi het toezicht op houden. De tijd dat wij in Amsterdam lagen was hij bij zijn gezin geweest, dus nu moest ik maar even van boord. Wells had een goede busverbinding met Norwich en een uitstapje naar Vera the lady bartender van The Ferry Inn vond ik een relaxed idee. 
Een telefoontje naar haar moeder dat ik weer eens zin had in een echt English Breakfast ontlokte haar de woorden ‘Oh Peet, you are so welcome, we’re running out of sigarets’. Ik had nog wel iets in de bootsmanskist.

Nu ik 45 jaar later terugkijk plaats ik de foto’s van The Boys van nu met hun echtgenotes:


Frans weer links en Henk rechts.



En Willem, de impresario.


En dan Gon (chefkokkin Catharina) en ikzelf.


Japie heeft AOW en gaat iedere ochtend om tien uur nog altijd koffie drinken in de Montparnasse en blijft het café zo noemen. Anita, de oude eigenaresse, woont met haar Zweedse zeeman in Stockholm.

*       Schurfje: De beloofde recepten vind je op een nieuwe pagina bovenaan in de balk. Je komt er ook door HIER te                         klikken.

**      Café Montparnasse heet nu Café de hartjes.

***     Café Haven van Texel: is nu restaurant de Haven van Texel. 

*****  Oudekerksplein: De kerk op dit plein stamt uit 1306 en is tevens het oudste gebouw van Amsterdam. 
         In 1584 mochten de kooplieden er beurs in houden, tegenwoordig staat zij in het centrum van de Rosse buurt. 
         Vlakbij is het hofje “Den Ouden Wip” gelegen, hier wonen gepensioneerden uit de prostitutie.

Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg


vrijdag 6 februari 2015

Spirit, Tarzan en Globe



Als matroos/kok op de al wat bejaarde kustvaarders Spirit, Tarzan en Globe.


m.s. Spirit

Deel I

De Spirit was in 1931 te water gegaan als Buizerd voor Rederij van der Eb en Jacob Beck. In 1964 werd zij aangekocht door kapitein Henk Foster, deze werd bevracht door Beck’s scheepvaartkantoor in Groningen. Ze had een laadvermogen van 350 ton met een motorvermogen van 200 pk, snelheid in ballast 7 mijl. Het sturen van dit schip ging nog met een kettingroer met kwadrant. Je moest wel stevig in je armen zijn om een dergelijk schip met windkracht 6 Beaufort* en meer op koers te houden. 
Rond 1971 streek kapitein Foster de vlag en het schip werd gesloopt in 1972 in Vianen, hij was er zeven jaar eigenaar van geweest. De bemanning bestond uit: kapitein, stuurman Hans Houtepen, matroos/motorman Peter Spin, matroos/kok Pietje die later kapitein F.L. Woodleg werd. Het vaargebied was Oost- en Noordzee. Maar in hoofdzaak voeren wij tussen Londen, Norwich, Rotterdam, Antwerpen en Parijs voor het laden en lossen van stukgoed. Leeg de Seine af om in Rouen weer Franse auto’s te laden voor Londen, een dergelijke rondreis duurde drie weken. De afstand Rouen – Parijs was ca. 190 mijl waar we twee dagen over deden om laat in de middag af te meren in de zeehaven van Parijs. 
Het probleem op deze rivier was altijd de waterstand, bij een te hoge waterstand had men problemen om onder de vele bruggen door te komen, dan moesten stuurhut en schoorsteen weggehaald worden en stond men in de buitenlucht te sturen. Was zij dan nog te hoog, dan moest men aan de kant blijven liggen tot de waterstand weer normaal was. Op dit traject lagen zes sluizen. 
Na vier maanden monsterde ik af, ik had het wel gezien als matroos/kok. In de kombuis stond nog een AGA cooker op cokes die met slecht weer op zee moeilijk aan te houden was. 
Dan waren er nog de dames Vera, de lady bartender uit de Ferry Inn uit Norwich en Sylvia van de bar aan de haven van Parijs met de mooie naam “Je suis retour de la mer “. Hier dronk ik altijd enkele Pastis tot zo rond de klok van tien uur, dan ging Sylvia haar rode sportwagen halen om ons in het nachtleven van Parijs te storten. Hoe we altijd zonder ongelukken terug aan boord kwamen is mij nu nog een raadsel. Peter Spin is wel een keer in zijn ondergoed aan boord gekomen. Een Algerijn had behoefte aan zijn leren jas en broek. Stuurman Houtepen is zijn linkeroor kwijtgeraakt bij een bezoek aan een nachtclub in Soho.


Spirit op de sloop

Maar Beck’s scheepvaartkantoor had meerdere schepen, één daarvan had de naam “Tarzan”. Hierop mocht ik aanmonsteren als matroos/kok en hoefde niet meer op cokes te koken, deze kombuis was voorzien van een oliekachel. Dit schip had ook een regelmatige dienst op Parijs. Vanuit Kopenhagen werd lading ingenomen van de biergiganten Tuborg en Carslberg voor het Parijse nachtleven. In Norwich mosterd en diverse sausen bij de Colman’s factory. Daar werd de steven weer richting Seine gewend. Zo konden de lady bartenders Vera en Sylvia zich blijvend verheugen op het feit dat hun sigarettenvoorraad op peil bleef. Als tegenprestatie leerde Vera mij praktisch Engels en Sylvia Frans op z’n Parijs. Het was een leerzame tijd voor mijn nog komende loopbaan op zee.

* Beaufort:

  • Beaufort, windschaal uit 1805 voor zeilschepen.
  • 1905 de schaal werd aangepast voor de stoomvaart.
  • 1946 laatste wijziging door het “International Meteorological Committee”.
  • Francis Beaufort was Ier en marinecommandant op het fregat Woolwich van de Royal Navy.


m.s. Tarzan

Deel II

De m.s. Tarzan, call sign PDOZ, was een schip van 380 ton, gebouwd in 1935 als DEPA met een motorvermogen van 300 pk Deutz die haar een snelheid van 9 knopen gaf. In 1956 werd zij aangekocht door Jannes Beck, deze verkocht haar later naar Griekenland. In 1986 is zij gesloopt, haar laatste thuishaven was Limasol op Cyprus.


m.s. Normandie, één van de latere "Parijsvaarders" begin jaren zestig.


Door de verkoop van de Tarzan mocht een gedeelte van de bemanning mee naar de Globe van Beck’s Scheepsvaartkantoor aan de Westersingel 51 te Groningen.
De m.s. Globe, call sign PEJD, bouwjaar 1948, was een wat groter schip. Laadvermogen 450 ton, motorvermogen 300 pk Brons met een niet al te interessant vaargebied Noordzee – Ierse Zee. Zij is in de zomer van 1969 gesloopt, daar zij in dat voorjaar in de Bow Creek aan de grond gelopen was met als gevolg een geknikt schip wat onherstelbaar was. Exit voor de oude dame van Ome Jannes Beck, ze ging naar Hendrik Ido Ambacht .

Een aantal bijzondere havens en reizen zijn me wel bijgebleven. Van Urk pootaardappels voor Selby aan de rivier de Ouse. 
Zo was er ook nog een reis met dakpannen van Roermond naar Londen met een losplaats voorbij de Tower bridge, zodat ik hem ook in geopende toestand heb gezien. De losplaats was Brentford aan het Grand Union Canal. Vandaar in ballast naar Colchester aan de rivier Colne. Daar graan in zakken geladen voor de Whiskyfabriek in Port Askaig op het eiland Islay aan de Schotse zuidwestkust.
Het werd winter op het Noordelijk halfrond, tijd om maar weer eens wat te gaan zoeken in zuidelijker wateren. Daar kwam bij dat de vrouw van de kapitein steeds maar in de kombuis kwam of ik haar ook de Franse taal wilde bijbrengen op de manier zoals ik die had geleerd. Toen was de tijd rijp om mijn plunjezak te gaan pakken en af te monsteren.




Epiloog.
De eerlijkheid gebiedt te schrijven dat tijdens mijn Hogere Zeevaartschool periode de voortgang van mijn studie regelmatig door de intussen ex-kapiteinsvrouw werd gecontroleerd.
De jaarlijkse kerstkaart van Vera was er in 1976 een met dubbele tekst: “In het voorjaar van 1977 treed ik in het huwelijk met mijn Deense kapitein”. 
In het voorjaar van 1982 kwam er een uitnodiging van Sylvia en haar vriendin Susie. Zij hadden nabij de Hallen in Parijs hotel-restaurant 'Le poisson qui rit'  overgenomen.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg