bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

zondag 21 augustus 2016

GRUNO - even een tussendoortje



 

Deze Gruno is van 1930. Eigenaar Engel Beck (vader van   Piet Beck) en Hendrik Schuur.
Op dit schip heeft Piet Beck de latere Ome Piet gevaren als Stuurman.
Motor 120 pk Brons, 255 ton aan lading nam zij mee, call sign PELL.
In 1948 kreeg zij de naam Helen en voer voor een Rotterdams bevrachtingskantoor. Gesloopt in 1970 onder de naam Helen in Hendrik Ido Ambacht.
 



Deze Gruno is van 1955, eigendom van vier leden uit de familie Beck die in scheepvaartkringen de Rode Becks genoemd werden. Er was ook een Blauwe familie Beck met schepen. Maar beide families zaten wel tezamen in een kantoor aan de Westersingel waar dé  Ome Piet hoofd van de bevrachting was.

MS Gruno.
Motorvermogen 355 pk Brons, 610 ton laadvermogen, call sign PELH.
In 1979 had ze de naam Captain Mayoral, call EHTB. In 2004 is ze in handen van de scheepsslopers gevallen. De naam Gruno is later nooit meer gebruikt voor nieuwe schepen van de familie Beck.
Evenals de andere scheepsnamen die Rode Beck had. Alpha, Liberty, Gruno, Cadans, Tycha.
Misschien wel aardig om dit hierbij te vermelden; de bovengenoemde heer Piet Beck die aan de Kweekschool voor de Zeevaart in Amsterdam heeft gestudeerd, werd stuurmansleerling bij de Rotterdamse Lloyd. Maar door de malaise in de scheepvaart kwam hij rond 1935 op een oude schoener terecht als matroos door bemiddeling van caféhouder Brouwer aan de Vismarkt te Groningen. Toen er een stuurman nodig was op de eerste Gruno stapte hij daar aan boord.


Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg
 
 
 

zondag 14 augustus 2016

Visserij



Zeillogger VL.92 "Balder"
Zijn huidige ligplaats is het Scheepvaartmuseum in Amsterdam
Op mijn profielfoto bovenaan sta ik voor de "Balder" in het museum.

 
 
Naamlijst en visnummer:

In 1814 werd in Vlaardingen de ‘Naamlijst der haringschepen ter haringvisscherij gaande’ ingevoerd. In de volksmond werd dit het rederijboekje genoemd. Deze naamlijst bevatte een nummer met een dubbel letterteken dat stond voor de plaats waar de schepen thuis hoorden. Voor Vlaardingen was dit toen VN. Tevens een opgave van de rederij, scheepsnaam, schippersnaam en stuurlieden.
 
In 1824 was er een naamlijst met visnummer voor:
AM = Amsterdam 
PS = Pernis
DP = De Rijp 
ZL = Zwartewaal
EN = Enkhuizen 
MHS = Middelharnis
 
In het Staatsblad nr. 76 van 21 juni 1881 stond dat er volgens wet bepaald was dat alle schuiten, schepen of boten in Nederland thuis behoren. De zeevisserij van welke aard dan ook uitoefenen hetzij op de Noordzee, hetzij op de Zuiderzee, een letterteken van de gemeente waar zij thuis hoorden plus een nummer moesten gaan dragen.
 
In mei 1882 was er in Den Haag een internationale bijeenkomst van de landen Nederland, België, Duitsland, Denemarken, Groot-Brittannië, Ierland en Frankrijk tot regeling van de politie op de visserij buiten de territoriale wateren. Hierbij werd bepaald dat elk schip verplicht was een naam te dragen met de haven van herkomst. Het moest in olieverf, wit op een zwarte achtergrond, de letters moesten een hoogte hebben van acht centimeter en een dikte van twaalf millimeter.
Het moest op een duidelijk zichtbare wijze worden geplaatst op een afstand van ongeveer acht à tien centimeter onder het potdeksel*. Verder werd er voorgeschreven dat letterteken en nummer stonden op al het visgereedschap behorende bij het schip.
 
In oktober 1882 waren er van 115 plaatsen lettertekens vastgesteld, enkele hiervan:
SCH = Scheveningen, MA = Maassluis, VL = Vlaardingen, ST = Stavoren, VD = Volendam, UK = Urk.
 
In 1911 vervielen de plaatselijke visserijregisters door invoering van een wet ingesteld door het Ministerie van Waterstaat, Handel en Nijverheid (1908). Alle vissersvaartuigen werden ingeschreven in een Centraal Visserijregister. Tot op de dag van vandaag zijn de toen voorgeschreven tekens en nummers, op een paar kleine wijzigingen na, gehandhaafd gebleven. Immers, elk schip waarbij het letterteken en nummer en/of de naam zichtbaar is kan onmiddellijk geïdentificeerd worden.
 
*potdeksel = de benaming uit de scheepvaart die gebruikt wordt voor de bovenste (binnen-)rand van de romp van een schip. Het potdeksel dekt bij houten schepen de koppen van de spanten af, maar wordt ook bij stalen schepen gebruikt.
 
 
De WR.130 van een kennis van ons: Jan Rotgans


Zie voor Jan Rotgans: http://www.janrotgans.com/

 

Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg



 

donderdag 30 juni 2016

Sommartider 2016



Eén van de drie tractoren van Clas

 
De komende twee maanden zijn er hier voor jullie 26 muzieknummers te beluisteren via de rechterkolom.
 
Mocht ik iets schrijven dan is er wat te lezen voor jullie.
Net als bij Sören in het dorp hier. Hij is allang met pensioen, maar zijn ijzerwinkeltje helemaal wegdoen kan en wil hij niet. Daarom staat er op de deur: Ik ben open als ik er ben.
 
Maar F.L. Woodleg gaat toch wel zijn koers verleggen naar een andere bestemming.
 
Hier in het dorp heet Jennys diner nu Sheriffs diner.
Het automuseum is er ook nog.
 
Breedband? Nog even geduld. In het dorp wordt het nu aangelegd maar ja, wij wonen er net buiten en zullen moeten wachten tot de volgende zomer. We doen het nog maar even met ons modem voor mobiel breedband, gaat ook goed.
 
Asielzoekers: De nieuwe Zweden worden in oude panden ondergebracht, aangekocht door de gemeentes voor een veel te hoge prijs. Vriendjespolitiek hoorde ik laatst in het nieuws.
 
Ja, dan hebben we Andersnäset nog met zijn jordgubbar (aardbeien), een verhaal apart en in de dorpsmond voor u vrij vertaald Arnouds aardbeienneus genoemd. Hier kom ik later in de zomer nog op terug, een triest verhaal.
 
Dan de midzomerboom opzetten bij de Hembygdsgården, lootjes kopen, kinderen dansen om de boom op muziek van de speelman. De ouderen drinken koffie met koek. Zo was het in de eerste jaren dat wij hier woonden. De drijvende kracht hierachter werd te oud, verhuisde naar zijn kinderen in Stockholm. Niemand die het overnam. In zijn huis zitten nu buitenlanders die alleen maar aan verhuren van het huis denken.
 
Hotings marknad, de jaarlijkse markt, is er nog steeds en wordt goed bezocht, er staat zelfs een kar met Thais eten. Vorig jaar stond er ook een Roemeense grill.
 
Dan het festijn van het jaar, 'veteranbilar ' oftewel het oldtimerfestival, kijken, dansen en drinken tot in de vroege morgen.
 
Hoting heeft zeker nog bestaansrecht.
 
Buurman Clas heeft mij flink geholpen met zijn werktuigen voor ons hout! Hij stond daar zomaar opeens ongevraagd om te helpen en heeft al het hout weggewerkt. Ongelooflijk, wat een man, wat een ongelooflijk fijne buurman. Ik heb zoveel mogelijk geholpen en Gon heeft het allemaal weer gestapeld.
 
 
Dit is een andere tractor dan de tractor bovenaan


Hier heeft Clas zijn houtklover achter hangen
die dus aangedreven wordt door de tractor

 
Een fijne mooie zomer en tot bij het verhaal over Arnouds aardbeienneus.
 
Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg
 
 
 
 

donderdag 23 juni 2016

Vreemdgaan en een vluggertje deel 6, tevens laatste deel


Als barman/ober

Cees Smit, Jan de Vries en Joop Sanders van Gruno Scheepvaart zag ik regelmatig voor de lunch op zaterdag, de uitsmijter in Café De Druif.
Hammy en zijn vrouw zagen we midden juni in De Druif. Ze kwamen ons bedanken voor de prachtige week in De Leugenaar in Vlissingen, waar ze ons destijds een bierviltje gaven met de tekst: 'Bon voor twee personen voor eetcafé Out of the Navy in Domburg'.
Hammy zei: 'We moeten zeggen dat het een top kok is met een prima servering. Nu ik het daar zo over heb, de student in de satéhoek doet het nu ruim vier maanden maar het loopt niet. Ik haal de saté en de saus bij de groothandel in Diemen, maar hij zet per weekend niet meer dan 20 à 30 porties om. Het komt door de smaak volgens het personeel: 'Die van Peter heeft knoflook'. Wil jij ze weer voor ons maken, de saté en de saus? Jij draaide zo rond de 250 porties in het weekend met nog eens 20 halskarbonades voor de jongens bij de deur.'
Ik zei: 'Plus de 10 à 15 voor de agenten van bureau Warmoesstraat, maar dat wist jij niet als ze werden voorgebakken onderin de kelder naast hun fietsenstalling. Hammy wat ik ga doen... Ik heb geen tijd, ik sta hier met Janna zeven dagen in de week tot eind september. Maar Hammy, ik ga je helpen, kom a.s. zondagmiddag hier naartoe, de tijd laat ik je nog weten. Nog wat te drinken van het huis?'
Toen ze weg waren vroeg Janna: 'Hoe ga je dat dan doen met die saté Peter?'
'Luister, ik ga Deurne bellen. Gerrit en mijn zus Loes verzorgden altijd mijn vlees voor de saté zoals je weet. De pindasaus komt uit een toko op de Geldersekade, daar kan Hammy zelf voor zorgen. Dus als Gerrit wil, en dat wil Gerrit, maakt hij de saté geheel klaar bij hem in de zaak. Over de prijs en transport gaat hij a.s. zondagmiddag maar hier met Hammy onderhandelen.'
Zwager Gerrit het verhaal verteld, Loes en hij zouden rond de klok van drieën bij ons in De Druif zijn. Hammy gebeld.
Er werd nog acht jaar lang saté uit Deurne in de Warmoesstraat gegeten. Toen werden de eisen voor de verkoop van eten in de cafés aangescherpt door de Keuringsdienst van Waren. Einde van de echte saté, het moest in plastic zitten, gekookt vlees met een schepje buisman voor de bruine kleur, met bruine derrie.
Over smaak valt niet te twisten.


 

Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg
 

donderdag 16 juni 2016

Vreemdgaan en een vluggertje deel 5



 
 
 
Maar de reis van de S.S. MONTE ZO (klik) had nog een heel vervelende nawerking
 
 
Vrijdag 23 mei
De eerste klanten kwamen binnen, twee heren in uniform van de marechaussee.
'Wij komen voor Kapitein J.P. Jochems.'
'Hij staat voor u, wat kan ik voor u doen? Koffie?'
'Nee, wij hebben een verzoek van onze collega’s uit Rotterdam om u mee te nemen voor een bezoek aan de douane- recherche/waterpolitie aan de Westerdoksdijk/Kop De Ruijterkade.
'Ik kan nu niet weg heren.'
'U zult toch mee moeten.'
'Dan zult u even geduld moeten hebben, ik moet mijn cheffin waarschuwen, zij is in het souterrain.'
'Dan gaat er een van ons met u mee.'
Janna gewaarschuwd.
Boven vroeg ik: 'Om welke een reden komt u mij halen?'
'Ons onbekend Kapitein, paspoort en monsterboekje graag meenemen.'
Nu voelde ik nattigheid.
'Voor we gaan moet ik weer naar beneden, daar liggen mijn papieren.'
'Geen bezwaar, we volgen u.'
Janna nam het over toen ik onder begeleiding mijn papieren plus het journaal van de S.S. MONTE ZO  pakte. Aangekomen bij de douanerecherche Amsterdam werd mij in 't kort verteld waarom men mij had opgehaald. Er was lading gelost en onderschept die niet op de vrachtbrief stond van de S.S. MONTE ZO  welke onder mijn gezag naar Rotterdam was gekomen. Zij namen mijn paspoort en monsterboekje in beslag, dit was de marechaussee. Maandag melden in Rotterdam bij de douanerecherche Waalhaven.
'Mogen wij ook het journaal?' vroeg de douaneman.
'Nee, daar is in eerste instantie niet om gevraagd. Ik kan er nu een kopie van maken maar u krijgt het niet in handen.'
'Ik kopieer zelf, u mag toekijken.'
Dat was prima.
'Dan gaat de kopie naar Rotterdam met uw goedvinden. U mag gaan Kapitein.'
'U brengt mij niet terug van waar u mij heeft opgehaald heren van de marechaussee?'
'Daar is ons niet om gevraagd door Rotterdam.
'Wil iemand van u dan telefoneren met Rotterdam en vragen hoe laat men mij bij de douanerecherche Waalhaven verwacht en of u mij terug mag brengen?'
Dit laatste kon niet volgens zijn collega uit Rotterdam, zijn chef was niet op zijn werkplek, de tijd elf uur maandag.
'Worden de reiskosten Amsterdam – Rotterdam v.v. vergoed?'
De douanerecherche man sprak: 'Ik hoop dat u een goed verhaal heeft in Rotterdam Kapitein.'
'U allen een prettig weekend,' zei ik.
Ik ging maar te voet richting CS. Er stopte een auto: 'Stap in Kapitein, we rijden u terug voor een kop koffie, we zijn niet omkoopbaar.'
'Graag drie koffie Janna, deze heren moesten ook hun werk doen. Maandag mag ik met de trein naar Rotterdam zonder begeleiding.'
 
Maandag 26 mei
De douanerecherche Waalhaven Rotterdam.
Verklaring opmaken uit de journaalgegevens (machinekamer en brug). Men had de bootsman en de marconist opgespoord, zij verbleven in het zeemanshuis aan de Veerhaven. De stuurman met zijn vrouw verbleven in Alkmaar, zeekaarten van de reis had men van boord gehaald. Men vroeg mij waarom er rode punten in stonden van viltstift. Dit werd het verhaal Ron en moeten. Men kon mij nog vertellen dat de ballasttanks waren drooggemaakt en de vulleidingen naar de tanks waren afgeblind. Men was nu bezig het schip verder te strippen en had ook nog Cannabis in de lensputten* van de ruimen gevonden, deze waren dichtgelast geweest.
'Van een ieder hebben wij nu de verklaringen, graag zien wij u volgende week maandag om elf uur hier weer, ik laat u nu naar de trein brengen.'
 
Maandag 2 juni
Per trein naar Rotterdam, douanerecherche Waalhaven. De vijf hoofdrolspelers van de Handelsmaatschappij uit Utrecht waren er eveneens.
Vraag van de douanechef: 'U kende elkaar niet?'
'Neen,' was ons antwoord.
De Vijf hadden niks te vertellen, alleen dat Kees mij bij binnenkomst een envelop had gegeven.
'Dit is juist, in de messroom heb ik deze geopend, de inhoud geteld en deze 1000 gulden aan de oudste van de Stuurlieden gegeven. 'Verdeel deze maar onder de niet Nederlanders, maar geef je vrouw 200 voor het koken,' zei ik terwijl ik die 1000 gulden overhandigde.'
De oudste van de stuurlieden werd binnengeroepen en kon dit bevestigen.
De bootsman vertelde zijn constatering van de mangatdeksels voor aanvang lading.
Ron en zijn maten was dit toen niet opgevallen. Ron bevestigde wel dat hij het was geweest die de viltstift punten in de kaart had gezet en hierdoor met zijn vrienden van boord moest.
Toen het schip uitgelost was hadden de Vijf de ruimen nagelopen en gezien dat de mangatdeksels open waren geweest. Dit had hen nieuwsgierig gemaakt. In augustus zagen we elkaar nog een maal, maar dan in het gerechtsgebouw. Ik kreeg mijn paspoort en monsterboekje weer terug en mijn reiskosten werden vergoed.
Het hoofd van de douanerecherche vertelde mij dat sloopschepen uit risicolanden komen en bij lossing vierentwintig uur per dag onder toezicht staan en hij vervolgde: ' Tijdens de sloop gaan we ook onverwachts aan boord. Bij een op de vier sloopschepen is het raak, vooral als men de kraanbestuurder uit de kraan ziet vluchten. Het was zeer verstandig dat u, toen u het schip destijds overnam in Durban, de ruimen hebt laten verzegelen!'
 

Varen op schepen zonder rederij, een avontuurlijk beroep, wel leuk.
 
 
Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg


* Lensputten = Een put in het ruim waar water in kan lopen. De MK controleert deze regelmatig om te zien of er geen water in staat.



donderdag 9 juni 2016

Vreemdgaan en een vluggertje deel 4





 



Dinsdag 20 mei
In de trein naar Amsterdam zei Janna: 'Als we op het Rapenburg aankomen dan is de tijd van uitstapjes voorbij tot eind september. Heb je er zin in Peter?'
'Het mocht van Manneke,' zei ik, 'hij heeft nu ook vriendjes.'
Janna vervolgde haar verhaal: 'Hilary, jouw ouders, evenals Brenda en Frits, gaven mij het gevoel dat ik bij de familie hoor.'
Er sprongen tranen in haar ogen.
'Het is goed Janna, zo is het ook,' zei Hilary.
Rob werkte mij de volgende dag in, ik nam zijn taken over tot eind september.
Rob en Pia waren vanaf a.s. woensdag in paviljoen ‘Meijer aan Zee’ op het strand van Zandvoort, ze sliepen daar ook.
Een heerlijke rust gaf hen de branding van de zee 's nachts. Onze nachtrust werd vaak verstoord door sirenes van brandweer en politie van bureau IJ-tunnel.


 


Donderdag 22 mei
Mijn eerst werkdag nu als barman/ober, mijn dagindeling: Om negen uur in de zaak, stofzuigen, stoelen en barkrukken op hun plaats, bierpomp aan, koffiemachine aan, kassalade erin, stoelen met tafels op het terras bij mooi weer. Om tien uur waren er de vaste koffieklanten om het ochtendblad te lezen. Rond de middag was er de mogelijkheid tot het nuttigen van een uitsmijter. Om twee uur werd ik voor een uurtje afgelost door Janna, dan mocht ik even mijn ogen sluiten. Rond zessen nam zij het weer over tot één uur 's nachts. (Janna was meer een avondmens).
Hilary nam rond de klok van tienen een slaapmutsje, zij moest er om zes uur uit als ze naar Haarlem moest. Na sluiting hielp ik Janna met het bijvullen van de koelkasten onder de tap, het schoonmaken van de bar, tafels en asbakken. Nog een laatste tapbiertje, deur op slot. Trap af en douchen, we waren blij met de twee douchekoppen. Wekker zetten op acht uur.
Koffie op bed verzorgen met een beschuitje suiker, soms voor twee. (Ik ben meer een ochtendmens)
 

 

De wekelijkse schoonmaakwerkzaamheden van het café deden we gezamenlijk op de maandag als de zaak gesloten was: glazen poleren, stofdoek door de zaak, ramen lappen, stoep/terras schrobben. Dit was ook de dag dat Pia er was voor de administratie, op deze dag kon Janna dan haar bestellijst opmaken. Dit was de vaste avond dat we met ons drieën uit eten gingen.
Op de vrijdag- en zaterdagavond stond ik vanaf zeven uur weer achter de tap (overuren). Janna had haar overuren bij mooi weer op het terras als serveerster.
Woensdagochtend was aanvuldag door een grossiersbedrijf, voor onszelf haalden we de boodschappen om de hoek. Hetzelfde aantal werkuren als op zee, hier stond er een fooienpot, mijn kooi slingerde niet en Manneke kon naar buiten kijken richting Hogere Zeevaartschool.
Hij vroeg: 'Je gaat toch wel weer varen Papa?'
Hilary vroeg: 'Waarom praat je altijd met Manneke?'
'Luister,' zei ik, 'hij praat mij nooit tegen en vindt alles prima wat ik doe.'
'Ja,' zei Janna, 'je moeder vertelde ons: Als jij ooit al normaal wordt, dan word je van blijdschap weer gek.'
'Laat hem dat dan maar lekker blijven,' zei Hilary.


Recht zo die gaat!
F.L . Woodleg
 
 

donderdag 2 juni 2016

Vreemdgaan en een vluggertje deel 3


 

Woensdag 14 mei
Na een echt Engels ontbijt deden we de afwas. Na de koffie namen we de dubbeldekker naar Aldgate. Hier stapten we op de metro naar Piccadilly Circus. De terugreis deden we in z'n geheel bovengronds per bus. We zouden om acht uur bij Aldgate zijn voor de Bingo. Frits stond er ook.
'Ga je ook nog steeds naar de bingo Frits?' vroeg ik hem.
'Nee,' zei hij, 'dat is één keer (klikklik) geweest door jouw toedoen.'
Hij had vrije dagen opgenomen en we gingen bijpraten onder een pint in the Charlie Brown, nu mocht ik er wel binnen komen.
 
Donderdag 15 mei
Janna en Brenda hadden een leuke voorstelling gevonden in een theater voor ons zessen voor de avond, “Een meisje in mijn soep” van Terence Frisby. Tevens boekte Janna de terugreis Sheerness – Vlissingen (Olau-Line 1974-1994) voor zaterdag met de dagboot.
Frits reed mij een dag langs de Theems, hij liet zijn nieuwe werkplek zien waar hij op 1 augustus zou beginnen, een elektriciteitskrachtstation aan de Theems.
'De vrachtvaart wordt minder op de Theems, dus de vraag naar assistentie voor een sleepboot eveneens, er vallen ontslagen. Veel kleine havens rond de Tower Bridge zullen jachthavens worden of worden gedempt. Kantoren en luxe woningbouw komen ervoor terug. Wij moeten ook weg uit Limehouse, het wordt gesloopt en we krijgen een woning nabij Woolwich.
Ik neem dan de fiets naar m'n werk. “Het pakje brood achterop onder de snelbinders,” zou Kok Nol zeggen. Wat Pa en Ma Goldappel gaan doen heb je van Hilary wel meegekregen. Het bevalt haar goed in Amsterdam hoorde ik van Brenda als ze weer eens belde. Kwam je in de tijd toen je de Zeevaartschool weer bezocht wel aan studeren toe? Brenda zei laatst nog dat ze dat nooit van Pietje de Koksmaat had verwacht toen hij voor het eerst in het voorjaar van 1965 voor z'n Fish & Chips kwam. Je had vijf penny te weinig bij je, je was zo verlegen, ze had je wat minder chips gegeven. Toen ze dit aan Hilary vertelde bracht zij je een extra grote schep chips op het bankje voor de kerk waar je was gaan zitten in de zon, ze zagen je genieten van de Fish & Chips, ze vonden je nog zo’n kind. Diezelfde avond kwam je Hilary nog ophalen om met haar naar het Zeemanshuis te gaan.'
'Ja Frits, als dat niet was gebeurd, hadden wij hier nu niet rondgereden.'
'Voor morgen heeft Brenda voor ons vieren een uitgebreide bustocht door London op het programma staan,' zei Frits. Daarna eten we Indiaas bij het laatste nog open zijnde restaurant in Limehouse. Pa en Ma zijn daar ook, dan nog een afzakkertje bij Charlie dan ziet Janna een echte remmiedemmie pub die trouwens ook onder de slopershamer zal gaan.
 
 

 
Zaterdag 17 mei
Onder het ontbijt vroegen Pa en Ma Goldappel: 'Jullie komen ons toch opzoeken als wij in Lentas op Kreta gesetteld zijn?'
'Natuurlijk, dan zal Hilary er ook bij zijn,' zei Janna.
Frits en Brenda brachten ons naar de ferry, een mooie landelijke toer door Kent. Bij de ferry zei Brenda: ‘Jullie gaan Pa en Ma toch opzoeken op Kreta? Ze zijn zeer op jullie gesteld.'
Een zoen en een hand: 'Tot op Kreta tijdens het olijven schudden?!' (periode november – maart)
Janna had Hilary gebeld, ze was de pinksterdagen vrij. Vandaag zou ze naar Antwerpen reizen en alvast een kamer boeken in Hotel Florida, dit kenden we alle drie.
De oversteek per ferry was aangenaam, veel scheepvaartverkeer op de route van en naar de Straat van Dover en ik hoefde eens niets te doen. Janna herkende Blankenberge op een gegeven moment.
'Dan moeten we er zo zijn, kijken of ik Vlissingen al kan zien.'
Afgemeerd in de Buitenhaven. 'Wat nu,' was de vraag. 'Jopie en Els weten niet dat we hier zijn, gelijk maar verder met de trein?'
 
 
Vlissingen station haven (internet)

 
'Bij het GWK kunnen we geld opnemen. De laatste Ponden heb ik aan Brenda gegeven voor de spaarpotjes van de kinderen.'
Antwerpen stond voor ons in het teken van uitslapen, ontbijt met pannenkoeken, op het terras een Bolleke, eten op een pleintje, bioscoopbezoek, Pia bellen: 'Aanstaande dinsdag graag een fluitje bij thuiskomst!'

Recht zo die gaat!
F.L .Woodleg